Warffemius

Atelier Warffemius III

VAN VER AF EN VAN DICHTBIJ
’S MIDDAGS

De zon reist dagelijks van oost naar west door het atelier van Piet Warffemius. Grote ramen aan weerskanten geven het licht vrij spel, zodat het hele spectrum van het ochtendgloren boven de Paleistuinen tot het avondrood boven het Zeeheldenkwartier zijn weerslag op de ruimte heeft. Zonder op de klok te kijken weet hij wel ongeveer hoe laat het is. Een klassieke schilder zou het wellicht storend vinden, maar Warffemius heeft leren omgaan met het spel van licht en schaduw om hem heen. Hij schildert ’s middags op een tamelijk rustige plek in het ruim bemeten atelier. Op andere momenten is er ook genoeg te doen.

Met dit ritme bevindt Warffemius zich in goed gezelschap. In zijn opzienbarende atelierwoning in Parijs[1] beperkte Mondriaan het schilderen eveneens tot de middag. Niet om de zon te ontwijken, maar juist om haar te gebruiken. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat hij de noordwand met zijn stabiele lichtval benutte om schilderijen te beoordelen en om ze aan anderen te tonen. Hij werkte echter niet aan de ezel die daar stond. Om te schilderen legde hij het doek plat op een tafel onder een raam dat uitkeek op het zuidenoosten.[2] Alle wolkenformaties, hagelbuien en winterluchten scheerden er dus overheen. De dynamiek van de plek viel niet te negeren en Mondriaan moet er bewust gebruik van hebben gemaakt, maar de impressionistische  omstandigheden staan bijna haaks op zijn reputatie als puur abstract kunstenaar. Waarom liet de profeet van lijn, vlak en kleur zich lastig vallen door het weer?

[1] 26 Rue du Départ, Parijs

[2] Hans Janssen, Benno Tempel en Lieke Wynia: Piet Mondriaan, de man die alles veranderde. Waanders Uitgevers, Zwolle – Gemeentemuseum Den Haag, 2017, pagina 168.

VAN BOVENAF

Piet Warffemius werkt al sinds jaar en dag op de vloer. Hij loopt om het doek heen en kijkt er bovenop, wat een speciaal gevoel van vrijheid met zich meebrengt. Eeuwenlang fungeerde het schilderij als denkbeeldig venster op de wereld – een uitgangspunt dat ook door de pioniers van het modernisme niet zomaar werd losgelaten. Met de komst van het vliegtuig bood zich echter een andere zienswijze aan. Het magnifieke uitzicht hoog van boven maakte de geesten rijp voor een spel met het platte vlak. Het canvas werd een neutrale ondergrond waar alledaagse oriëntatiepunten zoals links en rechts, onder en boven hun normatieve belang verloren. Je zou kunnen zeggen dat een schilderij van Warffemius begint als braakliggend terrein en na voltooiing gelezen moet worden als een landkaart van gebeurtenissen.

Toch valt het niet mee om de illusie van het vensterschilderij los te laten als het doek weer aan de muur wordt gehangen. In het dagelijks leven is het raam met uitzicht zo alom aanwezig dat deze zienswijze hoe dan ook meespeelt[1]. Je kunt je dan ook afvragen of het werk van typische vloerschilders als  Jackson Pollock wel in verticale stand geëxposeerd moet worden, al is dat natuurlijk wel zo praktisch. Piet Warffemius is zich bewust van deze tweeslachtigheid en heeft een mooie middenweg tussen figuratie en abstractie ontwikkeld. Door te werken met waterige verf en enige mate van transparantie lijkt het alsof je met een beslagen raam te maken hebt. Er wordt een vermoeden van diepte gewekt, terwijl de kijker heus wel weet dat het om een optische illusie gaat. Je hoeft geen Hitchcock te heten om te beseffen dat een beslagen raam de verbeelding prikkelt, maar wat achter de plantaardige figuratie van Warffemius schemert blijft een mysterie.

[1] Mondriaan boog zich al over de bedrieglijke vensterwerking van de omlijsting. Zijn karige  baklijst en zijn terugvallende lijst waren pogingen om het schilderij als object en niet als uitzicht op de wereld te presenteren. Na de oorlog werd de ultieme stap gezet door de lijst geheel weg te laten.

INZOOMEN

Mondriaan was ontegenzeglijk een revolutionaire schilder. Zijn streven naar abstractie was echter geen afwijzing of vervanging van de realiteit. Denk aan zijn werktafel onder het raam en aan de dynamiek van licht en schaduw. Zoom in op het vierkante doekje dat hij in zijn handen hield en dat hij misschien wel heen en weer bewoog om schaduwlijnen van de houten raamverdeling als hulpmiddel voor composities te gebruiken… Waarom niet? Elke compositie draaide om het zoeken naar balans. Röntgenanalyse wijst uit dat de zwarte lijnen op zijn schilderijen vaak meer dan eens verschoven zijn. In close-up bekeken is zijn werk veel dynamischer en schilderachtiger dan je zou verwachten. De verfstreek heeft richting en structuur en de kleuren zijn zelden zo primair als men denkt. Wat wij voor wit verslijten bestaat uit ‘fifty shades of white’. Zelfs het door fotografen zo gewaardeerde ‘blue hour’ (het omslagpunt in de schemering) vindt zijn weerslag in de schilderijen. Met andere woorden: de realiteit van het licht was een belangrijke bron van inspiratie. Mondriaan heeft altijd benadrukt dat hij niet schematisch te werk ging, maar een intuïtieve werkwijze had.

Voor Warffemius begint een schilderij met aquarelleren in de tuin.. Hij heeft er een handzaam mapje voor, gevuld met op maat gescheurd papier dat de verf goed absorbeert. De Japanse kwast waarmee hij werkt, verfijnt de bewegingen van zijn hand en dwingt hem tot liefdevol observeren van grassen, bladeren, vruchten, peulen, bessen, stengels, zaaddozen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten is zijn interesse in botanische wetenswaardigheden nihil. Hij kijkt puur als schilder. Hij zoomt in op vorm, kleur en structuur: hoe een blad zich omdraait naar het licht, hoe een stengel zich vertakt, hoe okselknopen zich als kruispunten op een doorgaande route manifesteren. Het gaat niet om kennisoverdracht of kopiëren naar de natuur maar om het spel met de verf. De aquarel in de tuin is maar een opzet, in het atelier wordt er nog flink aan doorgewerkt. Daar wordt de voorstelling net zo lang uitgewassen en opgewerkt tot er een glashelder beeld ontstaat dat alleen in de verte nog aan het uitgangspunt refereert, maar dat wel op een poëtische manier duidelijk maakt dat de natuur een onophoudelijk groeiproces is. In Museum Voorlinden hangt al enige tijd een serie in het restaurant. Als appetizers, als amuses maken ze de bezoeker lekker voor de kunst en voor de natuur.

ACRYL

Door het aquarelleren is Warffemius anders gaan schilderen in acryl. Wateriger, veel wateriger. Regelmatig wordt de plantenspuit erbij gehaald om een vorm te verzachten. Of staat de verf in grote plassen op het linnen. Het kan dagen duren voordat zo’n  kletsnatte plek droogvalt als de bodem van een afgedamd meer. Voortijdig uitwassen vaagt een waterige vorm grotendeels weg, maar laat wel een prachtige droogrand achter, zodat er een ‘holle vorm’ ontstaat. Aquarelleren – ook in acryl – draait om het beheersen van nat-en-droog en Warffemius heeft het oosterse geduld dat daarvoor nodig is. Hij kan lang wachten totdat er weer een doelgerichte actie nodig is. En dan liefst zo simpel mogelijk.

Om de voortgang te beoordelen zet Warffemius zijn werk tegen de muur. Hij benut de verticale stand ook om de verf als een regenspoor omlaag te laten kruipen. Er zijn meer kunstenaars die druipsporen als stijlmiddel gebruiken, voornamelijk om de spontaniteit van het schilderen te benadrukken, maar Warffemius doet het met opvallend grote precisie. Hij houdt er wel van om het doek te kantelen en de verf van twee- of zelfs vier kanten te laten afdalen. Van dichtbij bekeken fungeren ze als sapstromen in het groeiproces. Van veraf bekeken worden het meridianen op de landkaart van gebeurtenissen.

TIJD

Tijd is een wezenlijk bestanddeel van schilderkunst. Ook bij een intuïtieve werkwijze als die van Warffemius zie je dat er gezocht moet worden naar een optimale compositie. Schilderijen in wording staan in diverse stadia tegen de wand. Sommige zijn duidelijk halverwege: op een uitgewiste plek moet een nieuw spoor worden uitgezet. Andere doeken lijken slechts in afwachting van het verlossende jawoord van de meester. Maar wanneer is een schilderij af? Er kan altijd een nuance aan toegevoegd of afgezwakt worden. Op tijd stoppen is misschien wel de moeilijkste kant van het vak. Iedere schilder kent het gevaar van het puntje op de i. Als bij toverslag verdwijnt de magie uit de voorstelling en je snapt eigenlijk niet waarom. Warffemius lijkt de kunst van het stoppen echter uitstekend te beheersen. Zijn schilderijen suggereren niet dat zij volmaakt zijn. Ze staan wijd open voor nadere invulling van de kijker.

Vermoedelijk heeft Warffemius die kwaliteit ontwikkeld op zijn talloze reizen. Buiten Europa verdiepte hij zich met overgave in de antieke culturen rond de Middellandse Zee, de kleurrijke Caraïben en het bedwelmende Aziatische continent. Wie naar verre landen reist, ver verwijderd van de westerse  beschaving, leert zich verwonderen. Vooral de reizen naar Nepal en Tibet hebben zijn ogen geopend voor andere visuele benaderingen. Het Haagse herenhuis aan de Toussaintkade waar hij al vijfentwintig jaar woont staat van onder tot boven vol etnografica. Hij heeft er oog voor. Met een karig studentenbudget kocht hij al het eerste Afrikaanse  topstuk. Van elk object zoekt hij de betekenis met alle achtergronden uit. Hoewel hij het mysterie koestert bij voortbrengselen van de natuur, wint zijn nieuwsgierigheid het bij de uitingen van een andere cultuur.

ZIJDEROUTE

Mondriaan verplaatste zich van atelier naar atelier. Een nieuwe omgeving schudde zijn geest op, maar aan het atelier veranderde in principe niet zoveel. Dat bleef een driedimensionale vertaling van zijn omgang met lijn, vorm en kleur. Piet Warffemius is een echte wereldreiziger. De laatste jaren komt hij regelmatig in China dat enerzijds vernieuwing zoekt in het westen en anderzijds een heilig respect behoudt voor haar eigen traditionele cultuur[1]. Met nieuwe zijderoutes[2] wil China het middelpunt van handel én cultuur worden. Warffemius ondervindt er een groeiende waardering voor zijn werk, maar aanvechtingen om zich er te vestigen heeft hij niet. Na elke reis keert hij terug naar zijn geboortestad. Hoewel hij een liefhebber is van De Stijl – hij bezit een enorme collectie buisstoelen – hangt er een uiterst hybride sfeer in zijn woon- en werkhuis aan de Toussaintkade. De collectie moderne kunst is overal in gesprek met de collectie etnografica. Het geeft aan hoe belangrijk de omgang met andere culturen voor Warffemius is. Hij put er direct inspiratie uit.

Je ziet het terug in de stalen sculpturen die hij sinds de millenniumwisseling maakt. De robuuste stilering rijmt in de verte met houtsnijwerk uit Nepal, of met de sierlijk gespreide armen van Hindoeïstische  tempelbeelden, maar uiteindelijk wordt een sculptuur van Warffemius toch altijd weer een plantaardig object. Het werkproces begint op tafel, met spelen met karton. Een plat modelletje wordt uitvergroot en rechtop gezet. En door die simpele kanteling transformeert een plat ding in een ruimtelijk beeld. Warffemius regelt de uitvoering in staal steeds vaker via internet. Hij plaatst de bestelling in China en wacht rustig af tot zijn sculptuur volgens afspraak op de kade in Rotterdam wordt gezet. Voor menige kunstenaar is de zijderoute al realiteit. Warffemius beschouwt het als een mooie bonus als een beeld tenslotte naar de openbare ruimte verhuist en daar een groter publiek bereikt. Een kunstenaar is graag alleen in zijn atelier. Warffemius houdt oprecht van het spel met verf en karton. Maar het is nog mooier als anderen daar ook van genieten. Als ik hem vraag zijn werk in één woord te typeren denkt hij even na en zegt dan: hoop.

[1] Er is een groeiende belangstelling voor moderne kunst in China, ook van buitenaf. Maar ook klassieke landschappen op papier worden nog steeds gemaakt en brengen werkelijk ongehoorde bedragen op.

[2] Onder het motto ‘One Belt, One Road’ worden nieuwe zijderoutes in hoog tempo uitgerold.

Tekst: Hendrik van Leeuwen
Uitgegeven door: Van Spijk/Rekafa Publishers B.V. 2018